Jij en ik, of wij?

In een partnerrelatie is een interessantere vraag of de partners allebei een ‘jij’ en een ‘ik’ zijn, of dat ze bij uitstek een ‘wij’ vormen. Soms is dat duidelijk, op andere momenten misschien wat minder. Het ligt er ook aan vanuit welke hoek je kijkt en op welk moment je dat doet. 

Je kunt wel zeggen dat een stel dat uitsluitend uit een ‘wij’ bestaat, en waarbij er voor het ‘ik’ weinig ruimte is, meestal gevormd wordt door twee mensen die zó in elkaar zijn opgegaan dat ze elk zichzelf een beetje kwijt zijn geraakt. Je ziet dat nog wel eens, zo’n symbiotische relatie. Ook komt het geregeld voor dat één van de partners zich zo aan de ander heeft verbonden dat de eigen wensen en verlangens, en soms zelfs zijn of haar eigen mening, nauwelijks meer hoorbaar of voelbaar zijn. Dat kan lange tijd goed gaan, maar er komt haast altijd een moment dat het gaat wringen, dat een van beiden zich beklemd gaat voelen in de relatie. Soms kan dat zelfs zo verstikkend worden dat een losmaking onvermijdelijk wordt, vaak zelfs op een heel heftige manier.

Je hebt ook stellen die gevormd worden door twee mensen met beslist hun eigen meningen, gevoelens, verwachtingen en opvattingen. Dat kan op zich prima, want verschillende mensen kunnen elkaar goed aanvullen. Maar ook hier kan op den duur een crisis ontstaan, als een van beiden behoefte blijkt te hebben aan meer ‘samen’, aan een grotere verbondenheid die tussen die zelfstandige ‘ikken’ niet zo uit de verf komt. En laten we eerlijk zijn: vaak is dat de vrouw, want mannen hebben doorgaans wat minder problemen met zo’n ik-achtige manier van samenleven.

Relatiecoach en trainer Jan van Hulst uit Koningsbosch zegt het zo prachtig: “Zonder  ‘jij’ en ‘ik’ kan het ‘wij’ niet bestaan.” Het is een schitterende manier om uit te drukken dat een stel uit twee individuele mensen bestaat, met elk hun eigen wereldbeeld, maar die wel degelijk met elkaar een ‘wij’ vormen. Je mag het ook omkeren: samen een stel zijn kan eigenlijk alleen als zowel de ene als de andere partner werkelijk een ‘ik’ is: op zijn eigen benen staat, weet wat hij wil, in contact is met zijn eigen behoeften en verlangens. De relatie kan dan een ‘tweezaamheid’ worden, waarin twee mensen gelijkwaardig en met vrijwillige betrokkenheid op elkaar door het leven gaan.

Vaak gaat dat niet vanzelf. Dan is eerst een worsteling of zoektocht nodig om de ideale plek ten opzichte van elkaar te kunnen vinden. Het komt zelfs voor dat er eerst een heftige crisis nodig is in de relatie, en dat pas daarna beide partners hun eigen positie hebben gevonden, maar tegelijkertijd ook een echte betrokkenheid op elkaar kunnen ervaren. Een crisis waar je samen uitkomt geeft vaak goede kansen voor een nieuw begin. Lukt dat, dan is een verdieping mogelijk in het contact en in de manier waarop je als stel ‘samen’ kunt zijn.

Paul Houkes